Maak eenvoudig zelf pastéis de nata, heerlijke goudbruine en krokante Portugese vlaaitjes
© Repairsnmore.nl - Maak eenvoudig zelf pastéis de nata, heerlijke goudbruine en krokante Portugese vlaaitjes

Maak eenvoudig zelf pastéis de nata, heerlijke goudbruine en krokante Portugese vlaaitjes

User avatar placeholder
- 02/02/2026

Op een rustige namiddag, met een kop koffie op tafel en het licht dat zacht door de gordijnen valt, kan de geur van vers gebak het hele huis veranderen. Een dun, knapperig laagje deeg, een romig hart dat nog net trilt, een bovenkant die goudbruin glanst: het zijn die kleine details waar u langer naar kijkt dan u dacht. Portugese pastéis de nata passen precies in dat moment. Ze ogen verfijnd, bijna als vakantie in een vormpje, maar blijven verrassend eenvoudig om thuis te maken.

Een klein taartje dat aan vakantie doet denken

Wie ooit door een zonnig straatje in Lissabon heeft gewandeld, herinnert zich misschien de vitrines vol kleine, goudbruine taartjes. De pastéis de nata liggen daar in rijtjes, met een licht gevlekte bovenkant en een bladerdeegkorst die hoorbaar breekt.

Thuis hoeft dat beeld geen verre herinnering te blijven. Met bladerdeeg, wat melk, suiker en eieren komt u al een heel eind. De kunst zit niet in ingewikkelde techniek, maar in de volgorde, de temperatuur en een beetje geduld.

De basis: bladerdeeg dat echt knispert

Alles begint bij de korst. Uit de koelkast komt een vel bladerdeeg dat in eerste instantie weinig spectaculair oogt. Toch bepaalt dit vel of uw taartjes straks zacht of juist knapperig op het bord landen.

Voor die typische lagen wordt het deeg strak opgerold tot een stevige rol en daarna in plakjes gesneden. Elk plakje vormt het begin van een klein bakje: in een muffinvorm, duimen in het midden, rustig naar de randen duwen. Zo ontstaan dunne, gelijkmatige kuipjes die later in de oven mooi omhoog komen. Even terug in de koelkast, zodat het vet in het deeg weer koud en stevig wordt, en het bladerdeeg klaar is voor de hitte.

De vulling: romig maar niet zwaar

De binnenkant van een goede pastel de nata is zacht, glanzend en licht parfumé. Geen compacte pudding, eerder een soepele room die net stevig genoeg is om in vorm te blijven.

Dat begint met een mengsel van melk, suiker, bloem en maïzena. Het meel zorgt voor structuur, de maïzena voor een fijne, gladde textuur. Eerst wordt de melk rustig verwarmd met citroenrasp en vanille, zodat de smaak zich verspreidt. Daarna gaat dit warme mengsel beetje bij beetje bij de droge ingrediënten, tot een egale crème ontstaat die in de pan licht indikt. De eidooiers komen pas op het einde, wanneer de room niet meer kokend heet is. Zo blijven ze zacht en zorgen ze voor die fluweelachtige beet.

Citroen en vanille: subtiel parfum in elke hap

Bij het roeren boven het fornuis stijgt de geur van warme melk met citrus op. De schil van de citroen geeft een frisse zweem, zonder dat het echt zuur wordt. De vanille rondt dat af met iets warms en vertrouwd.

Belangrijk is dat deze smaken niet overheersen. In traditionele pastéis de nata blijft het parfum discreet. Wie van wat meer pit houdt, kan wat extra citroenrasp toevoegen of de vanille net iets nadrukkelijker laten spreken. Zo ontstaat een persoonlijk accent, terwijl de essentie – romig en zacht – behouden blijft.

Gieten zonder morsen: niet te vol, niet te leeg

Als de crème klaar is en het bladerdeeg koud, komt het samen. De muffinvorm met deegbakjes wordt gevuld, maar niet tot aan de rand. Een kleine ruimte – een paar millimeter – blijft leeg.

In de oven zal de vulling namelijk opbollen, soms bijna tot boven de vorm uit. Daarna zakt ze vanzelf weer terug tijdens het afkoelen. Door niet te vol te vullen, blijft alles netjes in het deeg en krijgt u die mooie, licht ingezakte bovenkant die zo herkenbaar is.

De oven: kort, heet en beslissend

Voor deze Portugese klassiekers werkt een hete oven beter dan een lange, rustige garing. Temperaturen rond de 230–240 °C zorgen ervoor dat het bladerdeeg snel uitzet en een stevige, krokante rand vormt.

De bovenkant van de vulling kleurt ondertussen van bleekgeel naar goudbruin, met hier en daar donkere vlekjes. Dat “gevlekte” effect hoort erbij en geeft zelfs extra smaak, een vleugje karamel. Het lijkt even alsof de room te hoog komt, maar zodra de vorm uit de oven is, zakt ze rustig in en blijft de binnenkant romig.

De perfecte serveertemperatuur: lauw en uitnodigend

Na het bakken ruikt de keuken naar warme melk, vanille en deeg. De verleiding is groot om meteen te proeven, maar een korte wachttijd maakt verschil. Tien minuten afkoelen in de vorm, daarna op een rooster, is meestal genoeg.

Geserveerd lauwwarm zijn de pastéis op hun best: de korst knispert, de vulling is zacht en nog net iets wiebelig. Een dun laagje poedersuiker en een beetje kaneel bovenop brengen u nog een stap dichter bij dat Portugese cafégevoel, zonder uw woonkamer te verlaten.

Spelen met smaak: kleine variaties zonder gedoe

In de praktijk blijken deze taartjes verrassend flexibel. Wie het graag wat frisser heeft, kiest voor extra citroenrasp. Liefhebbers van een zoetere, warme toon verdubbelen de vanille of gebruiken vanillesuiker.

Ook de hoeveelheid suiker kan omlaag, zonder dat de structuur instort. En wie het iets lichter wil, vervangt een deel van de melk door een plantaardige variant. De textuur verandert dan licht, maar het resultaat blijft herkenbaar als pastel de nata: krokant van buiten, troostend zacht van binnen.

Werken in stappen: de crème vooraf maken

Niet iedereen heeft zin om alles op één moment te doen. Voor wie het graag rustig aanpakt, is het handig om de roomvulling een dag eerder te bereiden. Na het afkoelen gaat die in de koelkast, goed afgedekt.

De volgende dag hoeft de crème alleen nog even losgeklopt te worden voordat u de deegbakjes vult. Zo spreidt u de inspanning en kunt u op een gewenst tijdstip verse taartjes bakken, bijvoorbeeld bij een brunch of als warm nagerecht na het eten.

Bewaren en weer krokant krijgen

In de praktijk verdwijnen pastéis de nata vaak sneller dan ze afgekoeld zijn. Mochten er toch enkele overblijven, dan kunnen ze in een luchtdichte doos nog twee dagen in de koelkast bewaard worden.

De korst verliest dan wat van zijn knapperigheid, maar die komt grotendeels terug na een korte opwarming in de oven, rond 170 °C gedurende enkele minuten. De microgolfoven laat u beter links liggen; die maakt bladerdeeg al snel taai in plaats van bros.

Waarom zelf maken de moeite waard is

Zelf pastéis de nata bakken is niet alleen een kwestie van smaak, maar ook van controle. U bepaalt hoe zoet de vulling wordt, hoe donker de bovenkant mag kleuren en of er wel of geen kaneel overheen gaat.

Daarnaast is er het moment waarop de vorm de oven uitkomt: de kleine taartjes staan dicht op elkaar, goudbruin, met randen als dunne, gebladerde randjes. Dat beeld – en de geur die erbij hoort – geeft een gevoel van voldoening dat moeilijk in een doosje van de bakker te stoppen is.

Een stukje Portugese zon op het bord

Pastéis de nata brengen een vleugje Portugese zon in een simpel koffiemoment. Met hun knapperige korst en zachte binnenkant combineren ze iets feestelijks met alledaags comfort.

Ze vragen geen zeldzame ingrediënten, wel aandacht voor detail: goed opgerold bladerdeeg, een rustig ingedikte room en een oven die durft te gloeien. Wie daar even de tijd voor neemt, haalt met elke hap een kleine herinnering aan reizen, cafés en huiselijke gezelligheid naar boven, in een vormpje dat precies in de handpalm past.

Image placeholder

Als 47-jarige onafhankelijke amateurjournalist ben ik Georgij. Ik hou ervan om verhalen te ontdekken en te delen die mensen raken en informeren.