Een straat vol rolkoffers, een wachtrij voor een ijssalon, telefoons omhoog naar dezelfde zonsondergang: veel reizen voelen steeds meer als herhaling. Toch blijven bepaalde bestemmingen opduiken in zoekresultaten, reisgidsen en gesprekken aan de eettafel. Precies die plekken kreunen inmiddels onder hun eigen succes. Vijf daarvan vragen in 2026 om iets eenvoudigs, maar zeldzaams: even met rust gelaten worden, of op zijn minst met meer afstand en bedachtzaamheid benaderd.
Als iedereen naar hetzelfde paradijs wil
In reisapps en op sociale media verschijnen steeds dezelfde namen, dezelfde uitzichten, dezelfde “must see”-lijstjes. Zo ontstaat massatoerisme: een voortdurende stroom mensen die in korte tijd dezelfde wijken, stranden of valleien belast.
De gevolgen zijn tastbaar. Ecologische schade, huurprijzen die door het plafond gaan, smalle straten die dichtslibben. Op veel plekken schuurt het dagelijks leven van bewoners tegen het tijdelijke verblijf van bezoekers. De spanning tussen economische winst en sociale en ecologische kosten wordt zichtbaar op straat, niet alleen in statistieken.
Antarctica: een sanctuarium, geen bestemming
Op foto’s lijkt Antarctica onaantastbaar: eindeloze vlakken ijs, blauwe spleten, een pinguïnkolonie als bewegende stippen. In werkelijkheid zette tussen 2023 en 2024 al zo’n 120.000 bezoekers voet aan wal, vaak via commerciële cruiseschepen en expeditieschepen.
Die schepen brengen lawaai, risico op vervuiling en verstoring van een extreem kwetsbaar ecosysteem. Er is geen toeristische infrastructuur, geen lokale economie die “draait” op bezoekers. Dat maakt dit continent juist bijzonder: het is een wetenschappelijk en ecologisch sanctuarium.
Daarom pleiten steeds meer experts ervoor Antarctica als landschap om vanop afstand te bewonderen te zien, niet als persoonlijke trofee. Wie de spanning van poollicht en gletsjers zoekt, vindt alternatieven in bijvoorbeeld Spitsbergen of de ruige Chileense regio Aysén, waar het draagvlak en de regels anders zijn georganiseerd.
Canarische Eilanden: zon, protest en een huizencrisis
Op de boulevard van de Canarische Eilanden lijkt alles soepel te lopen: volle terrassen, overvolle bussen naar populaire stranden, nieuwe hotels langs de kust. Maar achter dat decor groeit de onrust. In de eerste helft van 2025 arriveerden er al 7,8 miljoen bezoekers, en de grens lijkt bereikt.
Bewoners lopen met borden de straat op met de boodschap dat “Canarias tiene un límite”. De reden is concreet voelbaar in het dagelijks leven: appartementen verdwijnen naar kortetermijnverhuur, waardoor de woningprijzen voor vaste bewoners de hoogte ingaan. Wegen, waternetwerken en natuurgebieden staan onder zware druk, terwijl een groot deel van de winst via grote ketens wegvloeit van de eilanden.
Wie toch naar de Atlantische oceaan wil voor zachte temperaturen en wandelpaden, kan uitwijken naar bijvoorbeeld Madeira of de Azoren. Daar spelen vergelijkbare vragen, maar de druk is er voorlopig minder geconcentreerd en sommige regio’s sturen het toerisme bewuster.
Jungfrau-regio: ansichtkaart in de file
De Jungfrau-regio in Zwitserland oogt als een perfecte ansichtkaart: bergtoppen die scherp afsteken tegen een heldere lucht, groene hellingen, houten chalets. In 2024 bezochten meer dan een miljoen mensen deze streek. Voor de dorpen Grindelwald, Lauterbrunnen of Wengen betekent dat een bijna onafgebroken hoogseizoen.
Op de wandelpaden wordt de druk zichtbaar. Paden eroderen door de constante stroom wandelaars, bergwegen raken verstopt door verkeer en bussen. Woningen veranderen in vakantielogies, zodat lokale huurders naar omliggende dalen geduwd worden. De ervaring voor bezoekers zelf verandert mee: minder stilte, meer haast, een bergdecor dat in één dag moet worden “afgewerkt”.
Rustiger valleien, zoals het Binntal of delen van de Sloveense Alpen, tonen hoe een langzamer ritme een landschap anders doet aanvoelen. Minder massatoerisme betekent er vaak meer ruimte voor de eerste reden waarom mensen überhaupt naar de bergen trekken: stilte en tijd.
Mexico-Stad: als een stad wordt uitgeprijsd
In Mexico-Stad vullen koffiebars, streetfoodkramen en kleurrijke pleinen al jaren de reisblogs. Tegelijkertijd klimmen daar de huurprijzen zo snel dat veel bewoners nauwelijks nog kunnen blijven. De groei van kortetermijnverhuur is een belangrijke factor in die beweging.
Wijken die ooit vooral leefden van scholen, markten en buurtwinkels, veranderen in semi-permanente toeristenzones. Appartementen worden opgeknipt in “stays”, straten richten zich op tijdelijke bezoekers in plaats van op de gemeenschap. Water- en vervoersinfrastructuur draaien op volle toeren, terwijl vooral jongere en minder kapitaalkrachtige bewoners naar de rand of buiten de stad worden geduwd.
In kleinere steden als Mérida of Puebla is de dynamiek anders, al niet vrij van druk. Daar is de schaal kleiner, wat het effect van bezoekers beter beheersbaar kan maken, zolang regelgeving en lokale belangen op tijd een plaats krijgen.
Montmartre: waar het dagelijks leven naar achter verdween
De trappen naar de Sacré-Cœur, schildersezels op het plein, smalle straatjes met keien: Montmartre in Parijs heeft lang geleefd op zijn bohemienimago. Vandaag is het plein rond kunstenaars en terrassen vrijwel onafgebroken gevuld met dagjesmensen, schoolgroepen en georganiseerde tours.
In die constante drukte verandert het winkelaanbod. Kleermakers, kruideniers en buurtcafés maken plaats voor souvenirzaken en ketenrestaurants. Voor bewoners betekent dat meer geluid, minder voorzieningen op maat van hun dagelijks leven en een wijk die vooral als decor wordt gebruikt. Het historische karakter blijft zichtbaar, maar wordt overweldigd door de commerciële laag erbovenop.
Andere Parijse wijken, zoals Haut-Marais of Batignolles, tonen hoe een stadsbuurt nog aanvoelt als leefruimte in plaats van attractie. Ook daar is de druk merkbaar, maar de balans tussen toerist en buurtbewoner is er minder radicaal uit het lood geslagen.
Wanneer succes omslaat in kwetsbaarheid
Wat deze vijf plekken met elkaar verbindt, is niet alleen hun naamherkenning, maar hun gedeelde dilemma. Surtourisme werkt als een soort vertraagde schade: economische winst wordt snel zichtbaar, de slijtage van natuur, infrastructuur en sociale samenhang pas later. Toch voltrekt het proces zich in dezelfde straten, op dezelfde kades en bergpaden.
Bestemmingen die jarenlang zijn opgebouwd, hebben soms gewoon pauze nodig. Tijd om natuur te laten herstellen, om woonbeleid en regelgeving af te stemmen op de realiteit, om de vraag te stellen wie de voordelen en wie de lasten draagt. Reizen zal daardoor niet verdwijnen, maar verschuiven: naar andere plekken, naar andere periodes, naar andere ritmes. Rust, afstand en respect lijken daarbij minder een morele oproep dan een praktische voorwaarde om sommige plekken überhaupt leefbaar en bereikbaar te houden.